Bepaal wat een groepsmaatschappij hoort te betalen voor een concerngarantie: het verschil tussen de ongedekte en de gedekte kredietmarge van de kredietnemer, met een verwacht-verliestoets als tegenproef — en een gewaarmerkt, reproduceerbaar rapport met de volledige methodiek.
Hoofdstuk X van de OESO-richtlijnen behandelt de expliciete concerngarantie als een dienst met een prijs: de kredietnemer betaalt voor het financieringsvoordeel dat hij aan de garantie ontleent, niet voor de impliciete steun die hij als groepsmaatschappij toch al geniet. Dat onderscheid maakt de discussie met de inspecteur vrijwel altijd een rekendiscussie.
Deze tool rekent dat voordeel uit als het verschil tussen twee marges van dezelfde kredietnemer — mét en zónder garantie — en zet daar een verwacht-verliestoets naast. Het rapport toont beide marges, de tussenstappen, de toolversie en de datasetvintage, met een hash die iedereen publiek kan controleren.